Verspronck schilderde haar in 1641. Maar hij legde enkel de oppervlakte vast.
We kennen haar van de museummuren en de oude bankbiljetten. Het kant, de parels, die ingetogen blik. Maar we weten niet wie ze was zodra de deuren achter de rug van de schilder sloten.
Wat was ze van plan, daar achter die raadselachtige glimlach?
De geschiedenis is een meester in het inventariseren van bezit en portretten, maar ze heeft geen oog voor de dagdroom.
Ik heb gezocht naar de sporen van haar onvindbare leven. In zes berichten deel ik mijn reconstructie: de fragmenten die de kunstgeschiedenis nooit hebben gehaald.
Dit is een uitnodiging voor wie vermoedt dat de zeventiende eeuw veel grilliger, dromeriger en menselijker was dan een vergulde lijst doet vermoeden.
Word vertrouweling.
Ik bewaar uw stilzwijgen. U kunt vertrekken wanneer u wilt.